De wijngaarden voor de Denominación de Origen Jerez / Xérès / Sherry Manzanilla – Sanlúcar de Barrameda bevinden zich rond de driehoek Sanlúcar de Barrameda in het noordwesten aan de monding van de Guadalquivir, Jerez de la Frontera in het noordoosten en Puerto de Santa María in het zuiden aan de monding van de rivier Guadalete.
Met uitzondering van een klein strookje langs het stadje Lebrija (Sevilla) ligt het hele gebied in de provincie Cádiz in de Autonomie Andalusië op een hoogte tussen 2 en 150 meter boven de zeespiegel. Er zijn voor Sherry twee druivensoorten toegestaan: palomino fino of listán en pedro ximénez. Daarnaast wordt er moscatel voor een zoete dessertwijn verbouwd.
De bodem is in 3 typen verdeeld. De albarizas of kalkgronden bevatten 60 tot meer dan 80% kalk (calciumcarbonaat) die na regenval opdroogt tot een zonweerkaatsende witte laag die water eronder vasthoudt. De druiven op deze bodem rijpen uitstekend en zijn zeer rijk aan suikers.
De wijnen van de albarizas worden Jerez Superior geclassificeerd en ongeveer 150 geregistreerde domeinen, variërend in grootte van nog geen hectare tot meer dan 2.000 ha., komen hiervoor in aanmerking. De domeinen of pagos het dichtst bij de zee gelegen, net boven de waterspiegel, leveren de kwaliteit voor de mooiste finos.De barros of kleigronden zijn een samenstelling van klei met ongeveer 10% kalk. In noord Spanje staat zo’n bodemtype garant voor prachtige wijnen, hier in het zuiden levert het minder goede druiven op voor matige Sherry. De arenas of zandgronden, eveneens met zo’n 10% kalk, zorgen voor de grootste opbrengst per hectare voor veelal kwalitatief mindere wijnen. De moscatel is hier de succesvolste aanplant.
Hoewel het Sherry gebied grotendeels aan de Atlantische Oceaan grenst, is het klimaat er Mediterraan. De gemiddelde temperatuur is er 17° Celsius, valt er 630 mm regen (60% in maart tot mei; 40% in oktober tot december) en blijven meer dan 3.100 zonne-uren per jaar over. De Poniente zeewind vanuit het westen bepaalt de luchtvochtigheid in de streek die soms wel boven de 85% komt, en speelt hierdoor een belangrijke rol bij de ontwikkeling van flor. De droge, warme wind uit het zuidoosten, de Levante, vormt een regionale bedreiging voor de wijnbouw.