De wijnbouw in de Verenigde Staten is voor het overgrote deel geconcentreerd in Californië en hoewel er hier al in het midden van de negentiende eeuw de nodige wijn geproduceerd werd, is de huidige wijnindustrie toch jonger. Dat komt door de alcoholregulerende wetgeving die tussen 1920 en 1933 de productie en verhandeling van alle alcoholische dranken in de VS verbood.
De ontwikkeling van de wijnbouwindustrie na de zogenaamde Drooglegging kwam pas eind jaren zestig van de twintigste eeuw weer op gang. Wijngebieden als Napa en Sonoma, even ten noorden van San Francisco kwamen op en groeiden gestaag. Maar ook de Central Coast, de regio onder deze stad, met wijngebieden als het relatief koele Monterey, bleek uitstekende wijnen voort te brengen.
Inmiddels kent Californië een groot aantal AVA's of American Viticultural Areas, verspreid over vele honderden kilometers en dus met de nodige onderlinge verschillen in bodem en klimaat. Ook het aantal druivenrassen is verrassend groot. Behalve met chardonnay en cabernet sauvignon heeft Californië een naam hoog te houden met de eigen zinfandel, met merlot, pinot noir en shiraz. Ook in technologisch opzicht is dit deel van Amerika een referentie voor de hele wereld. Er zijn maar weinig gebieden waar zo naar hartelust geëxperimenteerd kán en mág worden als hier.