Duitsland
Duitsland neemt binnen de Europese wijnbouw een bijzondere plaats in. Het produceert voor driekwart witte wijnen die vaak gekenmerkt worden door een frisse zuurgraad. Dit komt door de noordelijke ligging van de wijngaarden.
Door het koele klimaat vindt de oogst in Duitsland in de regel pas laat in het najaar plaats, tot in november aan toe. Hoewel Duitse wijnen vaak geassocieerd worden met zoet, blijken ze in de praktijk juist steeds droger te gaan smaken. Ze verdienen daarmee een plaats aan tafel.
De nationale trots van Duitsland is druivenras riesling. Riesling is een veeleisende variëteit die laat rijpt. Op z'n best geeft hij aromatische wijnen met een unieke complexiteit en lange levensduur. Een andere druif met een lange historie in Duitsland is silvaner. Daar worden veelal wat zoetere wijnen van gemaakt.
Verder produceert Duitsland - in geringere mate - ook enkele wijnen van burgunders, de Duitse benaming voor wat de Fransen pinots noemen. Zoals daar zijn de Weissburgunder (pinot blanc), Grauburgunder (pinot gris) en Spätburgunder (pinot noir).
Wijnstreken:
Moezel | Rheingau

